De laatste krachtmeting. Enkele mijmeringen / Hong Wan Chang

DSC00345Op het ogenblik dat ik dit stukje schrijf, zit ik in de tuin van het weekendhuis van mijn ouders, dat sinds enkele jaren af en aan ook mijn “kot” is gebleken. Het is precies 2u32, inderdaad, het is in het holst van de nacht dat ik uit wanhoop besloten heb mijn gebruikelijke kamer te verlaten en in de tuin, in het donker, aan mijn thesis te werken. Ik had ook een bureaulampje, maar die heb ik uitgezet. Met enkel het licht van mijn scherm en het geruis van het occasionele verkeer op de kennedylaan als achtergrond, contempleer ik de moeilijkheden van het maken van dit monsterlijk werk – de thesis, de scriptie. Wat is er mis gelopen dat ik me door de stilte van de nacht wil omringen en verhoop dat deze me ook effectief thesis-soelaas zal bieden? Waarschijnlijk ligt dit eerder in mijn aard, steeds een nachtmens geweest te zijn, en een lichte aanvullende absurditeit graag verwelkom.

Enkele weken terug vroeg Mieken me of ik geen korte tekst zou willen schrijven over de huidige bibliotheek die weldra voorgoed gesloten zal worden, althans als bibliotheek, het blijft een werkplek, na grondige vernieuwing zullen eindelijk de vijfdejaars, en meer bepaald de thesisminnende vijfdejaars, hier hun intrek kunnen nemen. Inderdaad, intrek, want een thesis, dat is een constant gebeuren, iets wat ritmiek en toewijding vraagt en aldus in het beste geval ook een omkadering wenst. En eigenlijk, waar beter dan dit onder te brengen in de voormalige bibliotheek. In dat opzicht zal de ruimte eenzelfde sfeer blijven huizen.

Maar was de bibliotheek dan ook een plaats van bittere ernst en onafgebroken focus – raadplegen, nalezen, bevestigen, weerleggen? Was dit een plek waar men stilzwijgend zich verdronk in de kennis? Neen, er hing steeds een gemoedelijke sfeer, met geroezelmoes tot kreten als achtergrondruis. Misschien dat de schaal ons de gebruikelijke stilte – die men zou verwachten – niet kon opleggen of mogelijk lag het aan de rommeligheid van de vele dozen en opgepropte boeken van onkostbare waarde – een zeer gezellige, georganiseerde rommeligheid, waarvan de logica voor de meesten obscuur bleef. Maar bovenal werden we eigenlijk nooit aangemaand tot stilte, in tegendeel, er werd bevestigend – zelfs aanmoedigend – meegelachen.

En passant, ik ben eigenlijk steeds benieuwd geweest naar het uitzicht van het tijdschriftenarchief. Die mysterieuze ruimte, daar ben ik nooit durven binnendringen. Want ongedwongenheid en informaliteit kennen ook hun grenzen. Dát was – of is nog een tijdje – onze bibliotheek: een spanning tussen gepastheid en gewoon van alles in het wilde weg doen – eigenlijk een attitude die ook de vakgroep kenmerkt. Een eigenschap die men ook zal kunnen verwachten van de toekomstige thesisstudio, maar hopelijk ook mee naar de nieuwe locatie verhuist.

Inderdaad, weldra zullen de eerste verhuisdozen gevuld worden met boeken – een laatste, een haast ceremonieel gebeuren. Ondertussen, bij het hernemen van deze tekst, is mijn thesis af. Alle boeken die ik al maanden in mijn bezit heb gehouden, heeft de bibliotheek eindelijk terug in de armen kunnen sluiten. Mijn laatste krachtmeting – althans met de Universiteit van Gent – zit erop.

Hier is ie dan, de conclusie: vakgroepbib, veel succes met úw laatste krachtmeting met de boekenberg – scannen, inpakken, en wegsteken maar. En toekomstige thesisstudenten, steek van wal!

1 september 2013

Hong Wan Chan