Een nieuw online Open Access tijdschrift: Architectural Histories / Maarten Delbeke

header_middle

1. Architectural Histories

Op het vorige tweejaarlijkse congres van het European Architectural History Network (EAHN) in Brussel (2012) is Architectural Histories boven de doopvont gehouden: een online open access tijdschrift dat het wetenschappelijk orgaan van het netwerk moet worden.

De oprichting is mogelijk gemaakt door een subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), die de werking voor drie jaar ondersteunt uit een stimuleringsfonds dat nieuwe open access tijdschriften en de omschakeling van gedrukte tijdschriften naar online open access publishing ondersteunt.

Als aanvrager van de beurs en mede-initiatiefnemer van het project ben ik hoofdredacteur van het tijdschrift geworden. Nele De Raedt, ook verbonden aan de Vakgroep Architectuur en Stedenbouw, is editorial assistant. Zoals uiteengezet in het mission statement, wil het Journal een interdisciplinair tijdschrift zijn dat plaats biedt aan alle onderzoek waar een historische interesse in architectuur uit spreekt (zie ook het eerste Editorial). We beperken ons niet tot specifieke periodes, geografieën of disciplines.

Tot 2012 publiceerde het EAHN een driemaandelijkse Newsletter, een pdf die ook online ging. De Newsletter was een hybride: deels nieuws en actualiteit, deels boekbesprekingen en korte, eerder wetenschappelijke bijdragen. Binnen EAHN hebben we beslist om alles wat met actualiteit te maken heeft over te hevelen naar een nieuwe website (nog onder constructie) en de wetenschappelijke publicaties in het tijdschrift onder te brengen. In de toekomst willen we website en tijdschrift naar elkaar toe te trekken, zodat het bijvoorbeeld mogelijk wordt om een artikel te koppelen aan de aankondiging van een lopende tentoonstelling en daar lezers over te laten bloggen of discussiëren.

Architectural Histories is een peer-reviewed wetenschappelijk tijdschrift. We plannen om per jaar één thematisch nummer en één open nummer te publiceren. Themanummers zullen als een geheel online worden gezet (het eerste themanummer, Crisis, verschijnt in oktober 2013); open nummers aggregeren op de site en worden op het einde van het jaar ‘gebundeld’ tot een issue. De voertaal is Engels, maar we streven in de niet zo verre toekomst naar tweetalige publicaties (Engels/moedertaal van de auteur of een andere taal naar keuze) omdat we geloven dat architectuurhistorisch werk ook in een lokale context een belangrijke impact heeft, die niet noodzakelijk samenvalt met zijn internationale receptie. Naast artikels publiceren we boekbesprekingen en position papers, kortere bijdragen die kritisch reflecteren op het architectuurhistorische debat. Publicatie van position papers valt volledig onder de verantwoordelijkheid van de redactie. Om de kwaliteit van het tijdschrift te garanderen is er een Advisory Board opgericht, waar autoriteiten zetelen uit het veld van de architectuurgeschiedenis en aanverwante disciplines.

We hebben er voor gekozen om in zee te gaan met een kleine Londense uitgever, Ubiquity Press, een spin-off van University College London die zich initieel uitsluitend met online publishing bezig hield. Een kleinschalige en ‘jonge’ partner is makkelijk en snel aanspreekbaar. Bovendien neemt de uitgever onze wensen en suggesties onmiddellijk mee bij de ontwikkeling van zijn online publishing platform. Momenteel bekijken we met Ubiquity de mogelijkheden van print-on-demand publishing, al dan niet in samenwerking met andere academische uitgevers.

2. Publiceren in het online open access tijdperk

Een tijdschrift opzetten brengt een aantal uitdagingen met zich mee, zeker als het gaat om de publicatie van een relatief grote en geografisch wijdvertakte organisatie. Het tijdschrift wordt gemaakt door de redactie of Editorial Board, onder mijn leiding. De Editorial Board is nog nooit fysiek bijeengekomen. Mijn eerste taak als hoofdredacteur was om een vlotte en efficiënte samenwerking tot stand te brengen tussen een vijftiental over de wereld verspreide individuen, die een hele reeks taken voor het tijdschrift op zich nemen. De Board moest zich ook vertrouwd maken met het online systeem van Ubiquity: artikels worden volledig online behandeld (dus niet via email of andere kanalen), van de eerste ingave, over de peer review tot en met de publicatie. Dit proces wordt ook bij papieren tijdschriften steeds gangbaarder, maar het vergde bij alle betrokken partijen enige gewenning. Tenslotte was het essentieel om van bij de aanvang de juiste ethische en professionele standaarden aan te houden. Ook op dit vlak is Ubiquity een uitstekend klankbord. Via Ubiquity staan we in contact met organisaties zoals COPE.

Meer fundamentele kwesties zijn naambekendheid en reputatie. Het EAHN levert met een bestand van 1600 leden veel potentiële auteurs en lezers aan. Zij werken evenwel meestal in een omgeving die avontuurlijk publiceren (in onbekende en nog niet geïndexeerde tijdschriften) niet stimuleert. Zonder inhoud wordt een tijdschrift niet geïndexeerd, en het opbouwen van goede inhoud kost tijd. Bovendien maakt de publicatiedruk dat auteurs hun werk zo snel mogelijk gepubliceerd willen zien en steeds vaker met papers gaan shoppen. Het is dus essentieel om een vertrouwensband met het veld op te bouwen, zodat auteurs zich er toe willen verbinden om bij ons te publiceren. Dankzij een reeks boekbesprekingen, de erfenis van de Newsletter, is er genoeg activiteit op de website van het tijdschrift om materiaal aan te trekken; binnenkort verschijnen de eerste volwaardige artikels. Toch is het verwerven en publiceren van excellente bijdragen een permanente zorg, ook omdat de steun van talrijke nationale en Europese wetenschapsorganisaties voor online open access publishing momenteel het aantal tijdschriften doet prolifereren.

Het is natuurlijk dankzij diezelfde staatssteun dat we het ons kunnen veroorloven om gestaag een degelijk tijdschrift uit te bouwen. Dat brengt ons bij een laatste fundamentele kwestie, de financiering. Bij open access publishing betaalt de auteur, niet de lezer. Dat betekent in ons geval dat we de auteur van een gepubliceerde bijdrage een Article Processing Fee (APC) aanrekenen. Momenteel wordt die Fee gedragen door de NWO-subsidie, maar die regeling zal op termijn uitdoven. Over de gepastheid, efficiëntie en vooral de ethos van het systeem is al veel inkt gevloeid, ook omdat het aan talrijke aspecten van de wetenschappelijke publicatiecultuur raakt. De grootste, terechte vrees is uiteraard dat alleen goed gefinancierde onderzoekers toegang zullen krijgen tot de beste publicatiekanalen. Zelf ben ik er van overtuigd dat open access publishing uiteindelijk financieel voordelig zal zijn voor onderzoekers, omdat het systeem het bestaansrecht van (vaak peperdure) abonnementen en reproductierechten ondergraaft. Momenteel zit de wetenschappelijke publicatiecultuur in een overgangsfase, zodat waakzaamheid is geboden om iedereen toegang tot alle publicatiekanalen te garanderen.

3. Enkele bedenkingen tot slot

Het opzetten en leiden van dit tijdschrift heeft me bewust gemaakt van de nieuwe mogelijkheden die het online medium biedt. We kunnen aansluitend op artikels discussies openen, 3D-modellen en datasets integreren, connecties maken met databanken en websites. Themanummers kunnen worden samengesteld uit artikels die het tijdschrift over zijn hele looptijd heeft uitgebracht, iets wat bijvoorbeeld de online versie van een commercieel tijdschrift als de New Yorker geregeld doet. Rond een artikel, of een set van artikels, kan een community van lezers ontstaan. En uiteraard kan Open Access content in allerlei formats gereproduceerd, hernomen of geïncorporeerd worden. Deze mogelijkheden zijn meer dan gadgets; ze stellen ook in vraag hoe en waarom we publiceren. Wanneer is een artikel echt ‘af’? Is het denkbaar om meer open en flexibele publicatievormen te ontwikkelen die de wetenschappelijke kwaliteit maar vooral ook de wetenschappelijke dialoog vooruit helpen? Wat is precies het belang van de uitgever of de plek waar een artikel gepubliceerd wordt? Hoe controleer en vestig je de reputatie van een publicatiekanaal?

Die vragen raken ook aan de heilige koe van het huidige wetenschapsbedrijf, blind peer review. Anonieme peer review zit zo diep ingeworteld in alle procedures voor publicatie en toekenning van beurzen dat het een evidentie lijkt. Toch heeft het systeem ook nadelen. Niet alle reviews zijn goed, niet alle reviewers onpartijdig of betrouwbaar.  Vaak ontspint er zich tijdens het review-proces een productieve dialoog die niet volledig kan worden opgenomen in het artikel of het project in kwestie. Online tijdschriften experimenteren daarom met processen waar de reviewers niet anoniem zijn en waar de reviews en de respons van de auteur deel worden van een artikel. Nu werkt Architectural Histories nog met het traditionele, blinde peer review systeem, maar in de nabije toekomst zullen we bekijken of we overstappen naar het ‘open’ systeem, als een geïntegreerd onderdeel van een strategie om het online platform maximaal te benutten.

Maarten Delbeke

Architectural Histories