De Bekaertcollectie tijdschriften is niet meer toegankelijk vanaf 9 mei 2014.

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

[foto : VAS/Maryse Willems]

De tijdschriften uit de Bekaertcollectie worden verhuisklaar gemaakt. Nieuwe aanvragen ter consultatie kan je indienen tot 5 mei 2014. Hierna kan aan geen enkele aanvraag meer worden voldaan. De tijdschriften (van reeds behandelde en nieuwe) aanvragen liggen nog ter inzage aan de balie van de bibliotheek tot 9 mei 2014.

De tijdschriften zijn – zonder uitzondering – niet toegankelijk tot medio september 2014. Gelieve hiermee rekening te houden bij de voorbereiding van opdrachten, masterproeven en examens. Met ekskuus voor dit tijdelijk ongemak : we pakken in om daarna groots uit te pakken!

Vacature jobstudent

Vacature jobstudent verhuis van de bibliotheek (eerste fase).

De Faculteitsbibliotheek Ingenieurswetenschappen en Architectuur zoekt 2 jobstudenten voor logistieke steun bij de verhuis van de bibliotheek (eerste fase). – Korte opdracht.

Omschrijving

Je vult dozen met boeken en tijdschriften, opgesteld in de Boekentoren. Je volgt de inventarisatie van de gevulde dozen op in Excel. Alle taken worden begeleid door bibliotheekmedewerkers, en worden uitgevoerd volgens strikte afspraken. Je werkt volgens het statuut van jobstudent aan UGent. Voor alle praktische informatie, zoals verloning en verzekering kan je terecht bij de Directie Studentenvoorzieningen.

Profiel

Je hebt interesse voor bibliotheekwerking, je beschikt over een prima fysieke conditie, en werkt vlot met Excel. Je bent bij voorkeur student aan de Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur – UGent.

Data tewerkstelling

Dinsdag 13 mei 2014, van 13u tot 17u (blok 1) –  Woensdag 14 mei 2014, van 9u tot 12u (blok 2) en van 13u tot 16u (blok 3)  – Donderdag 15 mei 2014, van 9u tot 12u (blok 4) en van 13u tot 16u (blok 5).

Er kan gekozen worden uit verschillende opties : Optie 1 : blokken 1 tot en met 5 –  Optie 2 : blok 1, blok 2, blok 4 –  Optie 3 : blok 1, blok 3, blok 5. Voor elk blok hebben we twee jobstudenten nodig.

Interesse?

Inschrijven op deze vacature kan tot 5 mei 2014, per e-mail via jobdienst@ugent.be

Voor meer inlichtingen :  info.bibfea-architectuur@ugent.be , tel 09 264 39 05.  Contactpersonen : Mieken Osselaer, Maryse Willems.

De werf : afronding ruwbouwwerken

Begin februari verdwijnen de werfhekkens uit de inkomhal van het Plateaugebouw en op straat. Keurig op tijd volgens de vooropgestelde timing bij de start van de ruwbouwwerken.

zijlkollfoto : Els Ackaert

Binnen in het gebouw heeft een grondige metamorfose plaats gevonden. En toch. Op dit ogenblik zijn de ruwbouwwerken nog niet volledig afgewerkt. Tijdens het verloop van de uitvoering  hiervan zijn  een aantal onvoorziene elementen opgedoken. Het Bestuurscollege van UGent keurde begin dit jaar een budgetverhoging goed. We starten een bijkomende restauratie van de zolder.

De werken aan de zolder bevatten naast stabiliteit-technische-,  ook veiligheids- (levenslijnen, borstweringen, opnieuw operationeel maken van de rolbrug) en comfort-technische werken (isoleren van de zoldervloer en vervangen van de beglazing van het plafondvenster). Meteen wordt ook een solide constructie gerealiseerd, zodat routine onderhoud makkelijk en veilig is.

IMG_20140128_101340-1.jpfoto : Els Welvaert

DGFB van UGent stelt alles in het werk om deze werken zo snel mogelijk uit te voeren binnen de nieuw vooropgestelde termijnen.

Los van de bijkomende restauratiewerken aan het gebouw gaat de realisatie van het kastmeubel van start op 15 februari 2014.

De verhuis van de bibliotheekcollectie komt in zicht. Volgens onze huidige planning halen we de volledige Bekaertbibliotheek uit de Boekentoren en ons extra extern depot, en brengen we deze naar de zijlokalen van de nieuwe bibliotheek. Medio september, bij de ingebruikname van de centrale ruimte, verhuist het restant van de bibliotheekcollectie, het meubilair… en het personeel!

zijlokaal_rechts

Even voorproeven? In april  2014 verwelkomen we u op graag een begeleid bezoek. De uitnodiging hiervoor volgt tijdig. Dé kans op een eerste kennismaking met onze nieuwe Faculteitsbibliotheek Ingenieurswetenschappen en Architectuur.

Mieken Osselaer
met dank aan  Els Welvaert

Een voorraad voor dorre seizoenen / Christophe Van Gerrewey

Een voorraad voor dorre seizoenen

De privébibliotheek is een van de sterkste paradoxen van onze maatschappij. Alles wordt individueler; elk huis heeft een eigen bioscoop, een sauna, een kookplatform; in privé-bezit wordt geïnvesteerd, terwijl publieke functies nauwelijks overleven. De woning is een wereld op zich, die het zonder de rest van de wereld kan stellen. Alleen voor boeken geldt dit niet. Bijna iedereen is het er stilaan over eens dat het zinloos is om boeken in huis te hebben, aangezien je die (gratis) kan uitlenen in de openbare bibliotheek of (steeds vaker) kan doorbladeren op het internet.

In de talrijke teksten van Geert Bekaert is de privébibliotheek ook (bijna) afwezig. Bekaert heeft over tientallen bibliotheken geschreven (van de Biblioteca Laurenziana, over de Boekentoren, tot aan de universiteitsbibliotheek in Utrecht van Wiel Arets), maar – bij mijn weten – slechts één keer uitvoerig over een privébibliotheek: de hoge boekenkast in de villa in Floirac van OMA/Rem Koolhaas, zodanig ontworpen door Maarten Van Severen dat het soms lijkt ‘alsof de boekenwand te midden van de natuur is opgesteld’, aldus Bekaert.

Bekaert op volgnummer

Ook dat lijkt paradoxaal voor een schrijver die in zijn Antwerpse woning 30.000 titels wist te verzamelen, verspreid over vijf verdiepingen. Waarom deed hij dat? Ook daar heeft hij nauwelijks over geschreven. Op de persconferentie gehouden naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek Landschap van kerken in 1987, zei Bekaert: ‘Het is mooi wanneer men een boek ontdekken kan, een onbekend boek waar niemand weet van heeft, ergens opgeborgen in de rekken van een bibliotheek of verloren in het uitstalraam van een boekhandel, een boek dat men niet zoekt, dat daar ineens voor u staat en waarop men verliefd wordt. Men wil het hebben, god weet waarom, men wil het lezen, het kennen, het behouden ook, het opslaan als een voorraad voor dorre seizoenen.’

Het willen hebben van boeken blijft iets mysterieus. In het geval van Bekaert is dat mysterie, zoals bij elke schrijver, niet zo groot. Het kan gedeeltelijk verklaard worden door de boeken die hij zelf schreef. Bekaerts teksten zijn ondenkbaar zonder de privébibliotheek van de auteur. Het is door het privébezit van boeken dat ze het werk van hun eigenaar diepgaand kunnen voeden, existentieel beïnvloeden en (minstens) smaak geven, zoals (met een vergelijking van Flaubert) augurken hun karakter krijgen dankzij het gekruide zuur waarin ze rondzweven. Het zal je immers maar gebeuren dat je ‘s nachts wakker schiet, iets wil opzoeken, overschrijven of nagaan, en vervolgens weer in slaap moet vallen omdat het boek niet in je bezit is.

Nu de Bekaertbibliotheek een onderdeel wordt van de boekencollectie van de universiteit van Gent, lijkt de cirkel rond. Want inderdaad is de verzameling boeken van Bekaert nooit zomaar privaat geweest. Of liever: het private bezit was een voorwaarde voor het publieke rendement van de collectie, met de teksten van Bekaert als rentepapieren. Inderdaad: schijnbaar opgesloten in het Antwerpse boekenhuis, vormde deze bibliotheek het fundament onder één levenslange poging tot geschreven maatschappelijke betekenis en kritisch intellectueel werk. In de bibliotheek van de Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur kan de Bekaertcollectie tot de maatschappij spreken, niet langer via het werk van één auteur, maar via de activiteiten van vele onderzoekers, studenten en professoren. In elk geval blijven al deze boeken, meer dan ooit, een voorraad voor dorre seizoenen.

Christophe Van Gerrewey

bekaert.20.000

OFFICE tweevoudig laureaat Belgische prijs voor Architectuur en Energie

De internationale jury van de Belgische Prijs voor Architectuur en Energie lauwerde tweemaal OFFICE Kersten Geers David Van Severen. In de categorie eengezinswoningen was dat voor een weekendhuis in Merchtem, in die van niet-residentiële privé gebouwen voor een computershop in Tielt. (De Morgen, woensdag 11 december 2013)

De Belgische prijs voor Architectuur 2013 gaat naar Robbrecht en Daem architecten i.s.m. Marie-­‐José Van Hee architecten met de Stadshal en centrumplein te Gent.

Over pockets en andere publicaties over architectuur en design / Fredie Floré

“Wie wast er nu nog zijn handen voor hij begint te lezen? Bestaat het woord ‘ezelsoren’ nog in de beroepstaal der heren onderwijzers? Wordt er nog gekaft? Bestaan er nog liseuses? De pocket – dat fijne papieren plankje waarin men kan bladeren én lezen – maakt het allemaal schromelijk belachelijk.” (K.-N. Elno 1959)

Er bestaan veel verschillende manieren om over architectuur en design te schrijven en te publiceren. Een wandeling door de architectuurafdeling van de faculteitsbibliotheek laat een gevarieerd palet zien: vakbladen, academische tijdschriften, architectuurhandboeken, historische overzichten, monografieën, theoretische traktaten, catalogi, scripties, proefschriften, encyclopedieën… Als studente vond ik die diversiteit ronduit overweldigend. Hoe verhouden al deze vormen van schrijven zich tot elkaar? Een scriptieonderzoek naar de Vlaamse architectuur- en designcriticus K.-N. Elno liet me toe een eigen traject door deze lectuur te ontwikkelen dat vandaag nog steeds mijn onderzoek voedt.

Directe aanleiding tot de keuze van mijn scriptieonderwerp was de ontdekking dat een van de onderwerpen die door prof. Bart Verschaffel waren geafficheerd direct verband hield met twee vergeelde pockets in de bibliotheek van mijn ouders. Het ging om Ruimte en beelding (1965) en De vorm der dingen (1965): twee boekjes in broekzakformaat met verzamelde opstellen van K.-N. Elno en in een onmiskenbare sixties-lay-out. Sluitstuk van Ruimte en beelding – een verzameling heerlijk pittige beschouwingen over architectuur, plastische kunsten, fotografie en typografie – is een ode aan de pocket als industrieel product, een boekvorm die volgens Elno het lezen tot een vanzelfsprekend onderdeel van het alledaagse leven heeft gemaakt: “Men plooit – ja men kneedt – het zonder sankties te vrezen van ouderen en verborgen opvoedersgeesten: men keilt het desgewenst in een hoek (en waarom ook niet?); men steekt het in zijn zak of schrijft het in margine vol met – eigenwijze en soms andere – opmerkingen. En – geprezen zij de pocket – men leent hem uit met het geruste gevoel dat hij tegen weinig geld opnieuw kan gekocht worden.”

De speurtocht naar het volledige oeuvre van Elno, die toen helaas al overleden was, leidde me behalve naar de toenmalige vakgroepbibliotheek vooral naar andere bibliotheken. Zo spendeerde ik vele uren in de ‘krantenkelder’ van de Universiteitsbibliotheek. Elno bleek immers opvallend weinig boeken te hebben gepubliceerd. Zijn architectuur- en designkritiek bestond vooral uit uitgebreide artikelen in dag- en weekbladen. Het was verrassend om vast te stellen hoe veel plaats sommige kranten in de jaren 1950 en ‘60 vrij maakten voor reflectie over architectuur en design – geen lifestyle-advies, maar uitdagend frisse tot vlijmscherpe observaties.

Verschillende bezoeken aan bevoorrechte getuigen en hun private bibliotheken vulden het beeld van Elno als schrijver aan. Vooral het bezoek aan professor Geert Bekaert met wie Elno had samengewerkt aan de architectuur- en kunsttentoonstelling Ars Sacra 58 (1958) is me bijgebleven. Het gesprek vond plaats in Antwerpen, in een met boeken gevuld werkvertrek van de architectuurhistoricus boven de boekenwinkel van zijn vrouw. Deze plek en de weg ernaartoe – via een klein liftje – staat me nog even scherp voor de geest als Bekaert’s verhelderende getuigenis. De rijkdom van de hier verzamelde collectie leek me niet te schatten. Veel boeken uit de Bekaert-bibliotheek, inclusief de Elno-pockets, maken ondertussen deel uit van de collectie van de faculteitsbibliotheek. Het is gedroomde humus voor nieuwe onderzoekstrajecten.

Fredie Floré